Archive for October, 2012

Congo

Posted: October 30, 2012 in Uncategorized

(verschenen op Uitpers en gepubliceerd in Vrede in september 2012)

Het conflict in Oost-Congo, de terugkeer van de geschiedenis

Het is een cliché zo groot als een huis, “l’histoire se répète”, maar als de uitdrukking ergens van toepassing is, dan is het wel in Oost-Congo. Eind 1996 eigent Laurent Kabila zich de opstand van de Banyamulenge in de Kivu’s toe, die zonder de zegen van Rwanda (en Oeganda) nooit van start gegaan zou zijn. In augustus 1998 krijgt Kabila sr. tegenwind van de rebellen van de RCD, een groep met een sterke Banyamulenge-inbreng, die nooit zo lang standgehouden zou hebben was er geen verregaande Rwandese onderstutting geweest. In 2006 maken de verkiezingen in Congo duidelijk op hoe weinig aanhang de RCD kan rekenen. 2008 lijkt tot het jaar van de waarheid uit te groeien voor de rebellerende generaal Laurent Nkunda, een Banyarwanda, van wie internationale rapporten aangeven in welke mate hij met zijn CNDP een marionet van Rwanda is. Het einde van zijn avontuur, zijn aanhouding met huisarrest in Rwanda, maakt het zonneklaar wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt. Op 23 maart 2009 sluiten Rwanda en Congo een overeenkomst die de CNDP in het Congolese leger integreert. Nkunda’s luitenant en opvolger, Bosco Ntaganda, is voortaan de sterkhouder van Joseph Kabila in Oost-Congo. Dat het Internationale Strafhof hem wil arresteren voor oorlogsmisdaden doet er niet toe.
In april 2012 – de geschiedenis draait rondjes – vormt Ntaganda een nieuwe rebellie, met tussen vier- en zevenhonderd manschappen. M23 doopt hij ze. De naam verwijst naar de datum van het akkoord van drie jaar daarvoor. Opnieuw, net als tijdens het intermezzo met Nkunda, wijzen VN-experts op Rwandese ruggensteun voor de opstand in Noord-Kivu. Het cliché, l’histoire se répète, toch maar gebruiken ?

De constantes in het verhaal

Telkens weer spelen Kinyarwandasprekende Congolese Tutsi uit Kivu een hoofdrol, of het nu om Banyarwanda uit het noorden of Banyamulenge uit het zuiden gaat. Maar hun legitieme bekommernis uit de jaren negentig, hun vrees voor discriminatie binnen het Zaïrese staatsbestel van Mobutu, hebben krijgsheren uit hun milieu al lang geaccapareerd en heeft plaats gemaakt voor een streven naar blijvende aanwezigheid in de hoogste regionen van de macht.
Telkens weer speelt op de achtergrond het regime van president Kagame een vuile rol. De aanlevering van manschappen en wapentuig, uitrusting en materiaal en de financiële bijstand vanuit Rwanda zijn manifest en bewezen maar blijven bedekt met de in Kigali gebruikelijke mantel der ontkenning. Maar de bemoeienis is van een dusdanige orde dat de druk op Rwanda om paal en perk te stellen eraan te stellen gestaag toeneemt.
Telkens weer stellen we vast dat, wat ook de officiële beweegredenen mogen zijn van de elkaar opvolgende rebellenbewegingen in Kivu of de motieven van Rwanda om in de dans te springen – discriminatie van Congolese Tutsi, de aanwezigheid op Congolees grondgebied van Rwandese volkerenmoordenaars, de militaire dreiging die van die FDLR uitgaat met aanslagen in hun geboorteland -, de hoofdoorzaak in de Congolese bodem zit. De jacht op grondstoffen en de controle op mijnsites zijn nu al zestien jaar goed voor een op geregelde tijdstippen opflakkerend gewelddadig conflict dat de regio van de Grote Meren volledig destabiliseert.

De recente wending

In Béni en omgeving, in het uiterste noorden van Kivu, waar ik afgelopen november de verkiezingen op het terrein meegemaakt heb, waren het Ntaganda’s tot Congolese militairen omgeschoolde CNDP-rebellen die borg ervoor stonden dat niemand het in zijn hoofd zou halen om de overwinning van Kabila te betwisten. Hoe is het te verklaren dat hij van diens handlanger en trouwste bondgenoot, wat hij wàs ten tijde van die stembusslag, op minder dan een half jaar afdaalt tot de status van renegaat ?
De chaos en de fraude die de verkiezingen kenmerkten, waren van die aard dat in elk ander land ter wereld de uitslag naar de prullenmand verwezen zou zijn. Zelfs in Afrika is Congo een regelrechte uitzondering. Kabila is m.a.w. aan een fragiel tweede ambtstermijn begonnen. In zekere zin is hij een lame duck, vatbaar voor internationale suggesties om in ruil voor de stilzwijgende aanvaarding van het knoeiwerk met de stem- en telverrichtingen toegevingen te doen. Ook al is feitelijk de enige juiste houding om de verkiezingen ongeldig te verklaren en ze over te laten doen, iedereen, Kabila incluis, weet dat een dergelijke eis, gezien de financiële middelen en het schrijnende gebrek aan organisatie in het land, van geen realiteitszin getuigt. Maar de president influisteren dat hij Ntaganda moet laten vallen als een baksteen, zodat hij, eenmaal opgepakt, terecht kan staan in Den Haag, ja, dat is een mooie wisselmunt.
Jammer voor het welslagen van het scenario dat Ntaganda machtige vrienden heeft aan de andere oever van het Kivumeer, die opnieuw het spel spelen zoals ze dat nu al anderhalf decennium doen : als een sluwe vos de passie preken, anderen de kastanjes uit het vuur laten halen en ontkennen, straal ontkennen, dat je ook maar het minste ermee te maken hebt. Internationale rapporten met overtuigende bewijzen ? Laat me niet lachen.

Rwanda, de stokebrand

Toen het in het najaar van 2008 doordrong dat de opmars van Nkunda niet te stuiten was zonder een ingreep van Rwanda besloten enkele donoren druk uit te oefenen door een deel van hun ontwikkelingsgeld te bevriezen. Dat zette zoden aan de dijk. Kagame ging scheep met Kabila voor een gezamenlijke militaire actie in het oosten van Congo, schoof Nkunda aan kant en werkte mee aan een schema dat van Ntaganda een speerpunt maakte in het Congolese leger. Iedereen tevreden : Kabila, Kagame, de internationale gemeenschap, Ntaganda en zijn strijders. Alleen Nkunda niet waarschijnlijk.
De voorbije weken ontvouwt zich een soortgelijk scenario. Naast de Afrikaanse Ontwikkelingsbank bevriezen Groot-Brittannië, Zweden, Duitsland en Nederland hun hulpstromen. Samen gaat het over 152 miljoen $, ondanks de slappere koers nog altijd zo’n 120 miljoen Euro. In de kantoren van de Europese Unie en de Wereldbank zijn ze aan het cijferen. België laat zijn minister van Buitenlandse Zaken Reynders tussen de twee landen pendelen maar neemt geen sancties, het geeft dan ook geen budgethulp.
De Verenigde Staten ten slotte schrappen uit hun bijstandsprogramma een toelage voor de militaire school, 200.000 $. Schràppen dus, niet zomaar bevriezen. Dat maakt het op het eerste gezicht onooglijke bedrag symbolisch belangrijk. Het is een gebaar aan Kagame’s adres dat hij deze keer niet ermee weg komt. De vraag is nu welke maatregelen de donoren, en in de eerste plaats de VS, van Rwanda verwachten voor ze de hulp ontdooien. En of dit een aanwijzing is dat de VS hun beleid t.a.v. Centraal-Afrika, dat steunt op een erg tegemoetkomende houding tegenover Kagame, aan willen passen.

Dodd-Frank

Interessant is ook wat er in de VS op wetgevend vlak aan het gebeuren is. De Dodd-Frank wet, al een jaar of twee van kracht, is eind augustus aangevuld met extra maatregelen. Amerikaanse ondernemingen die cassiteriet, coltan, goud of wolfraam verwerken, afkomstig uit Congo of een van de buurlanden, moeten voortaan hun aanvoerlijnen aan controle onderwerpen om na te gaan of het geld van hun aankopen in de zakken van rebellen terechtgekomen is.
Hoe zacht die aanpak ook mag lijken en hoe zeer we uit het Kimberleyproces in de diamantsector af kunnen leiden hoe moeilijk het is om conflictmineralen op te sporen en te bannen, de eerste resultaten van de Dodd-Frank wet zijn al zichtbaar. The Enough Project, een Amerikaanse lobbygroep die let op de toepassing ervan, heeft ze onlangs bekendgemaakt. Gewapende groepen in Congo hebben de laatste twee jaar hun winst uit de exploitatie van grondstoffen met twee derde zien dalen. Toch halen ze nog altijd inkomsten uit de smokkel van tantalium, tin en wolfraam via Rwanda. En dat land, laat The Enough Project weten, zag in die periode zijn uitvoer van mineralen met 62% stijgen, hoewel de productie in zijn eigen mijnen maar met 22% gegroeid is.
Is het een te boude veronderstelling dat de bekendmaking van dat soort gegevens de Amerikaanse overheid mee ertoe aangezet heeft om eindelijk het Kagame-regime een helder signaal te geven dat het zo niet verder kan ? De impact van lobbygroepen op het buitenlandbeleid van de VS is legendarisch en als de Amerikanen een stok willen zoeken om de hond te slaan, dan reikt The Enough Project hem gretig aan. En kennelijk zijn ze in Washington op zoek naar die stok. Eiste minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Rodham Clinton, onlangs tijdens haar passage in Johannesburg niet dat alle steun aan M23 op moet houden ? Een verklaring waarmee ze zich achter de uitspraken schaarde van enkele Amerikaanse volksvertegenwoordigers. Een evolutie om in het oog te houden ! Zeker omdat met de grondstoffendiscussie we echt wel het hart van de oorlogsproblematiek in de regio van de Grote Meren aanraken. Komt de stokebrand na zestien jaar in de verdrukking ?

Congo, het slachtoffer

Vanzelfsprekend zijn de Kivutiens de dupe van het oorlogsgeweld. In het oostelijke deel van Noord-Kivu, in en rond het Virungapark, tegen de grens met Rwanda aan, waar M23 de plak zwaait, zijn er de voorbije maanden 220.000 Congolezen uit hun dorp weggevlucht. Ruw geschat brengt dat het aantal verplaatste personen in de Kivu’s, mensen die niet meer onder hun eigen dak wonen en niet meer voor hun eigen eten in kunnen staan, op ruim twee miljoen. Meer in het algemeen : meer dan zeventien miljoen Congolezen hebben geen voedselzekerheid, d.w.z. dat honger, ondervoeding en kindersterfte deel uitmaken van hun dagelijkse bestaan.
Maar er zijn ook Congolezen die garen spinnen bij het wapengekletter. Waar geweld is, gedijt chaos en ontbreken recht en orde. Macht komt er uit de loop van een geweer. Onder meer dat van Congolese militairen. Dat leger is minstens zo sterk in de illegale exploitatie en smokkel van bodemrijkdommen als plaatselijke Mai Mai e.a. milities, grotere rebellengroepen, de Rwandese génocidaires en wie er vanuit Kigali telegeleide operaties uitvoert. En het is de vraag hoe hoog binnen de Congolese legertop het zenuwcentrum voor dat soort activiteiten gesitueerd is. Bij de opperbevelhebber, de president ? Bij Kabila, die naar verluidt na de dood in februari van de Richelieu uit zijn omgeving, zijn topadviseur Katumba Mwanke, zelf de financiële deals uitwerkt, waarmee hij zich verrijkt en zijn land verarmt ? Niet alle Congolezen zijn slachtoffer.
De president wrijft zich in zijn handen. Congolese gezagsdragers aarzelen niet om de nefaste rol van Rwanda in de M23-affaire flink in de verf te zetten en om sancties te vragen. Op die manier gebruiken ze de al jaren aanwezige, meer dan latente anti-Rwandese gevoelens om een vorm van Congolees nationalisme aan te scherpen, waarvan Kabila uiteraard de drijvende kracht is. Wie verwijt er hem dezer dagen nog dat de verkiezingen in zijn land een schijnvertoning waren ?
Wie er, zoals Reynders, pleit voor een hervorming van het Congolese leger (de zoveelste !) als zaligmakende oplossing voor de cyclische reeks van muiterijen, rebellieën en opstanden, moet in het achterhoofd houden dat de onkunde, inefficiëntie en corruptie die het optreden van het meer dan 100.000 man sterke Congolese leger tekenen (dat was tussen haakjes in de Mobutu-jaren niet anders) een scherm vormen waarachter zich economische transacties afspelen. Wie dat vergeet, zit fout met de oplossingen die hij suggereert.
Wie er, zoals begin augustus de staatshoofden en regeringsleiders van de regio op hun top in de Oegandese hoofdstad Kampala, pleit voor een neutrale internationale interventiemacht om gewapende groepen in het grensgebied tussen Congo en Rwanda op te sporen, zonder in te gaan op de kostprijs en de samenstelling ervan, verliest één ding uit het oog. Je zou het ze luidkeels toe willen roepen : “En de Monusco dan, mannen, de twintigduizend blauwhelmen, vergeten dat die er al zijn ?”

Epulu en Kikuku

Er is in het oosten van Congo meer aan de hand dan wat je als een grondstoffenoorlog kunt bestempelen. Neem het idyllische Epulu in de Oostprovincie aan de gelijknamige rivier, vlak bij de ingang van het okapipark. Hardwerkende Twa proberen er zich uit hun schamele pygmeeënbestaan los te wroeten. De opzichters zijn trots dat ze hun internetverbinding met me kunnen delen. Een Zwitserse doet er wetenschappelijk onderzoek. Een vrouw uit het dorp komt in het gastenverblijf voor me koken. Zo ging het verleden jaar eraan toe, toen ik er een weekend doorbracht. Wat voor potentieel, die combinatie van natuur en toerisme.
Op 24 juni vallen gewapende mannen het hoofdkwartier aan. Ze vermoorden zeven mensen, verkrachten vrouwen, steken gebouwen in brand vernietigen uitrusting en maken dertien okapi’s van het teeltprogramma af. De raid is het werk van ene Paul Sadala, die bekend staat als Morgan en aan het hoofd staat van een wazig hoopje rebellen. De Mai Mai Simba, met ene Jean-Luc als aanvoerder, nemen hen gevangen. Tegen een vergoeding van 10.000 $ willen ze hem best overdragen aan het 808e regiment van het Congolese leger, waarmee ze een alliantie gesloten hebben. Een zekere kolonel Jean deelt daar de lakens uit. Morgan ontsnapt. De militaire overheid in Butembo, enkele onberijdbare wegen zuidelijker, weet nergens van. Dat is het binnenland van Congo dezer dagen. Volgt u nog ? Graag een ander voorbeeld ?
In het dorp Kikuku, een dagreis ten noorden van Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, vind je verscheidene Mai Mai milities. Die van kolonel Janvier is de best georganiseerde. Daarnaast zijn er drie formaties van Hutu-strijders bedrijvig die uit het FDLR ontsproten zijn. Eén, de Union des patriotes congolais pour la paix, staat onder leiding van ene Bapfakururimi, ooit tot kolonel in het Congolese leger gepromoveerd, nadat zijn vorige Hutu-militie daarin geïntegreerd was, maar nu op non-actief gesteld. Een aantal van die Hutu leven ondergedoken in de omgeving, anderen zijn in Congolese groepen opgenomen, die hun militaire capaciteiten appreciëren. Wat al de milities bindt, is dat ze M23 vijandig gezind zijn. ’s Nachts barricaderen de inwoners van Kikuku zich in hun met bananenbladeren vervaardigde hutten. Het binnenland van Congo dezer dagen. Volgt u nog ?

Land zonder staat

Wanneer een reporter van Le Monde de voorbije weken door het binnenland van Kivu trekt, noteert hij uit de mond van een oudgediende Mai Mai : “Ce qui arrive est aussi le fruit d’une certaine légèreté au niveau de l’Etat.” In “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” beschreef Milan Kundera in de tijd op een subtiele, virtuoze manier de ondergang van een bestel in Oost-Europa. Ook Congolezen hebben die poëtische zeggingskracht in huis om de afgang van hun land en het niet meer legitieme regime dat er de teugels in handen heeft in één vlijmscherpe zinsnede onder woorden te brengen. Er is meer nodig dan pressie op Kagame en militaire steun voor Kabila om M23 te counteren en op de keper beschouwd de ondergang van heel Congo tegen te gaan.

Advertisements

Zuid-Afrika

Posted: October 30, 2012 in Uncategorized

(verschenen op Uitpers, oktober 2012)

Van mijnwerkers in Marikana en Hu Jintao

De 34 doden die op 16 augustus, gevallen zijn aan de mijn van Marikana toen de Zuid-Afrikaanse politie er op stakers schoot, zijn twee maanden later uit de actualiteit weggevloeid. Een week of vijf na de slachtpartij heeft de eigenaar van de platinamijn, het Britse Lonmin, een overeenkomst gesloten waardoor de mijnwerkers vanaf nu op het einde van de maand met 11.000 rand naar huis trekken, zo’n 1100 €. Dat is iets minder dan wat ze eisten maar wel bijna drie keer zoveel als ze voor de staking verdienden. Achter het conflict is er een punt gezet, hoog tijd om de wonden te laten helen en de doden een plaats in hun loodzware bestaan te geven.
Toch is het laatste woord over Marikana, en ruimer de hele mijnsector in Zuid-Afrika, niet gezegd. Wat er daar gebeurd is, kan van beslissende invloed zijn op het vakbondswezen, de alliantie van de vakbondskoepel met het regerende ANC, de toekomstige ontwikkelingen binnen die partij tot zelfs de presidentsverkiezingen over twee jaar. Bovendien geeft Marikana aan welke crisis er onderhuids woedt bij de mijnreuzen. Laten we een en ander stuk voor stuk onder de loep nemen.

De NUM onder vuur, Cosatu in de verdrukking

Opvallend in Marikana was het dat de stakers niet verliep onder de vlag van de legendarische mijnwerkersbond National Union of Mineworkers, de ruggengraat van de vakbondskoepel Cosatu, de Confederation of South African Trade Unions. Bij de NUM met zijn 300.000 leden zijn maar de helft van de arbeiders van Lonmin aangesloten. 30 procent zijn er lid van AMCU, de Association of Mineworkers and Construction Union. Het is die vakvereniging die de strijd aanbond met de directie van Lonmin voor meer menswaardige lonen.
De klad zit in de NUM, dat is duidelijk. Stond ze ten tijde van de apartheid vooraan op de barricaden, tegenwoordig is haar toenmalige leider, Cyril Ramaphosa – ooit in de running voor de opvolging van Nelson Mandela -, lid van de raad van bestuur van Lonmin. Dat is geen toeval. Een groep Zuid-Afrikanen, onder wie topfiguren van het ANC, heeft het gemaakt in het bedrijfsleven. Maar het lukt die nieuwe tycoons niet om de onder de apartheid geschapen afgrond tussen rijk en arm minder diep te maken. Het liberale model dat de globalisering kenmerkt en de ontwikkelingen stuurt in de groeilanden van de wereld, zoals Zuid-Afrika er een is, versmalt die kloof niet, integendeel. Het resultaat is dat de NUM, dicht aanschurkend bij die elite, het soort acties zoals in Marikana niet meer trekt en dat een concurrerende bond het initiatief in handen genomen heeft.
Dat is een pijnlijke zaak voor Cosatu. Bekend is dat de koepel alleen greep heeft op formele sectoren van economie. Maar typisch voor de gang van zaken is dat miljoenen Zuid-Afrikanen hetzij hun brood op een informele manier verdienen, voornamelijk van een uitkering leven of gewoon werkloos zijn en van geen hout pijlen kunnen maken. Dat dezer dagen zelfs een grote bond niet meer erin slaagt om de eisen van arbeiders in de mijnsector te kanaliseren is een teken aan de wand. In die de economie dragende bedrijfstak verliest de NUM voet aan de grond.
Op termijn kan dat de stabiliteit in de hoogste politieke regionen aantasten. Cosatu vormt al decennialang een alliantie met het ANC en de communistische partij. Bij de laatste verkiezingen waren ze samen goed voor meer dan twee derde van de stemmen. Hun huwelijk heeft tot dusver alle stormen doorstaan, tijdens de apartheid en de overgang en ook achteraf. Maar wat is een vakbondskoepel waard als een van zijn grootste leden in wat de levensader van Zuid-Afrika is buitenspel dreigt te komen staan ? Het is al herhaaldelijk gezegd en geschreven dat de triple alliance uiteindelijk ten dode opgeschreven is, laten we dus voorzichtig zijn met uitspraken. Maar de vakbondsevolutie in het mijnwezen kan van cruciale betekenis zijn.

Het ANC in de hoek waar de klappen vallen

Hoe dan ook krijgt het ANC de wind van voren, of de band met Cosatu blijft bestaan of niet. De 34 doden in Marikana zijn gevallen onder de kogels van de politie, een van de meest zichtbare overheidsapparaten. De onderzoekscommissie die president Zuma ingesteld heeft, komt pas met haar bevindingen naar buiten in januari, ruim laat maar daarvoor zijn er redenen. Zo dadelijk komen we daarop terug. Toen Jacob Zuma in Marikana op bezoek kwam, liet hij na om met de stakende mijnwerkers of de familie van de slachtoffers contact te nemen. Een blunder van formaat.
Wie er wel op het terrein te zien was, is Julius Malema, de gewezen voorzitter van de jeugdliga van het ANC. De man staat bekend voor zijn populistische en opruiende taal – o.m. aan het adres van de blanke boeren -, waarvoor een rechtbank hem overigens veroordeeld heeft. Er loopt tegen hem nog een proces wegens fraude en witwasoperaties. In april is hij uit de partij gezet. Maar Malema’s aanhang is levendig en een terugkeer naar het podium waarop in Zuid-Afrika de échte politieke machthebbers zich bewegen – en dat is binnen het ANC, niét erbuiten – ligt ongetwijfeld in zijn bedoeling.

Zuma moet op zijn tellen passen

Wie weet, komt het al in december tot de terugkeer van Malema via de grote poort. Halverwege die maand houdt het ANC zijn congres in Mangaung, het vroegere Bloemfontein. Op die bijeenkomst moet Zuma de verlenging van zijn mandaat als partijvoorzitter krijgen. Als dat gebeurt, staat niets hem nog in de weg om zich over twee jaar kandidaat te stellen voor een nieuwe ambtstermijn van vijf jaar als president. Maar iedereen herinnert zich hoe het in 2007 op het ANC-congres in Polokwane afliep. Toen stemden de partijleden Thabo Mbeki weg voor Zuma en dat resulteerde enkele maanden later in het aftreden van de zittende president. Geen wonder dat Zuma de enquête naar het bloedbad in Marikana over de congresperiode heen wil tillen.
Vijf jaar geleden was voor het gros van de partij Mbeki de te kille intellectueel, die zijn troepen autoritair leidde en geen duimbreed afweek van het liberaal gekleurde economische beleid dat hij ontworpen had. Met de keuze voor Zuma hoopte het congres op verandering. Stond hij immers niet bekend als een man van het volk, die geregeld zijn opwachting maakte in een strijdlustige Zoeloe-outfit en zonder schroom zijn veelwijverij en ongebreidelde potentie etaleerde ?
Maar zijn fans waren vergeten dat Zuma en Mbeki jarenlang twee handen op een buik waren en niemand Zuma ooit betrapt heeft op uitspraken die op een grondige economische koersverandering kunnen wijzen. Wat te gebeuren stond, gebeurde dan ook. De afgelopen drie jaar veranderde er weinig, miljoenen Zuid-Afrikanen leven nog altijd in hemeltergende omstandigheden, mijnwerkers van een hongerloon.
Ook blijft Zuma trouw aan zijn reputatie dat hij slordig omspringt met de grens tussen overheidsgelden en persoonlijke bezittingen. In de affaire van steekpenningen op een lucratief contract met een Franse wapenleverancier, die tot de veroordeling van naaste medestanders van hem geleid heeft, is Zuma net de dans ontsprongen. De voorbije maanden is het de renovatie van zijn residentie in zijn geboorteplaats Nkandla die ophef maakt, met plaats voor vier van zijn vrouwen en de graven van zijn voorvaderen, en een landingsplaats voor een helikopter. De ingreep kost twintig miljoen Euro. En er zijn plannen voor een nieuwe stad in de buurt – Zumaville heet ze in de volksmond -, met scholen, winkels, zwembaden en tennisbanen, waarvan de kostprijs het tienvoudige bedraagt. Als Malema genoeg kan stoken, dan kan hij in Mangaung Zuma het vuur aan de schenen leggen.

De mijnsector in de rats

Waarom hield Lonmin zo halstarrig vast, tot er doden vielen, aan zijn weigering om in te gaan op de looneisen van de mijnwerkers van Marikana ? Het antwoord is makkelijk. De prijs van platina daalt namelijk, verleden jaar met 17 procent. De slabakkende autonijverheid is daarvan de oorzaak. Als je dan weet dat de lonen van de mijnwerkers 60 procent van de kostprijs vormen, ligt het voor de hand dat de mijnonderneming op die factor ingrijpt. Anders komt haar winst van 311 miljoen $, 15 procent van de omzet, onder druk en zoiets laat beurskoersen dalen. Bovendien moét ze dat wel in Zuid-Afrika doen. Lonmin, derde producent in de wereld, hangt af van de voorraden in de Zuid-Afrikaanse bodem. 80 procent van het platina is daar te vinden. Hoe weinig voor de staking uitbrak de mijnwerkers in Marikana ook in hun loonzakje vonden, de ijzeren logica van de markt en de universeel geldende recepten om de gevolgen van de wereldwijde crisis op te vangen maken dat zij het moeten uitzweten. Om die reden was Lonmin zo lang niet bereid om de stakers op hun eisen tegemoet te komen.

Lonmin, het topje van de ijsberg

Het bloedbad dat de politie op 16 augustus in Marikana aangericht heeft, heeft de staking onder de aandacht van de wereld gebracht. Maar het is lang niet het enige conflict in de Zuid-Afrikaanse mijnen. Begin van de maand heeft Anglo American Platinum, het grootste platinabedrijf ter wereld, twaalfduizend mijnwerkers ontslagen. Ook zij hadden het werk neergelegd en eisten een hoger loon. In de mijn van Impala Platina, ’s werelds nr. 2, waren er werkonderbrekingen die om hetzelfde draaiden, meer geld.
Half oktober staakten er zo’n tachtigduizend mijnwerkers in Zuid-Afrika, ook in de goud- en ijzerertssector. De goudkoers mag dan hoge toppen scheren, de prijs van ijzererts is op zes maanden met 15 procent gezakt. De achterliggende reden ? De Chinese staalindustrie stagneert als gevolg van de afgekoelde groei. Dat maakt duidelijk hoe sterk een op export van mineralen steunende economie zoals de Zuid-Afrikaanse afhankelijk is van het Chinese wel en wee. In geen enkel Afrikaans land investeert China zoveel als in Zuid-Afrika, 4,1 miljoen €uro, drieënhalve keer meer dan in Nigeria, tweede op de lijst.

China en Afrika, moeilijke tijden

Overigens laat de impact van China zich evengoed voelen in andere Afrikaanse landen. Waarom hebben begin augustus stakers in de koolmijn van Sinazongwe in Zambia hun Chinese directeur gedood ? Omdat ze het niet eens raakten over de invoering van een minimumloon. Het erts mag verschillen, de problematiek is identiek. Een Chinees project in Gabon, dat o.m. de bouw van een ijzerertsmijn omvat, is uitgesteld. Ook op andere continenten zien we gelijkaardige ontwikkelingen. Het grootste mijnbedrijf ter wereld, het Australische BHP Billiton, de belangrijkste leverancier van China, zoekt uit welke van zijn investeringen het naar een latere datum kan verschuiven. Anglo American stelt zijn investeringen in Brazilië uit.
In Le Monde vond ik onlangs een citaat van Joël Ruet, onderzoeker aan het Centre national de la recherche scientifique. Ruet stelt dat de groei in China pas weer aan zal trekken “dès qu’elle connaîtra le nom de ces nouveaux dirigeants, en octobre”. De start van het volkscongres van de Chinese communistische partij is sindsdien vastgelegd op 8 november. Het is wachten op de opvolger van president en partijsecretaris Hu Jintao. De mijnwerkers in Zuid-Afrika moeten nog even geduld oefenen voor hun managers wat tegemoetkomender zullen zijn in de onderhandelingen.